Een training volgen over digitale geletterdheid of leren werken met een nieuwe digitale toepassing is relatief eenvoudig. Maar hoe zorgt u ervoor dat leraren het geleerde daarna ook echt gebruiken in hun lessen? En dat niet alleen een paar enthousiaste collega’s ermee aan de slag gaan?
Die vragen stonden centraal tijdens een webinar voor onderwijsadviseurs van leden van Onderwijsontwikkeling Nederland (OON). Dialogic en OON organiseerden het webinar namens het ministerie van OCW.
Arthur Vankan van Dialogic presenteerde de resultaten van het Nederlands Vlaamse TSI-project Empowering educators in the digital transition. Daarin is onderzocht wat nodig is om leraren effectief en duurzaam te ondersteunen bij digitalisering. Het onderzoek combineerde literatuuronderzoek, voorbeelden uit andere Europese landen en een pilot met scholen in Nederland en Vlaanderen.
De conclusie: een training alleen is niet genoeg. Of leraren het geleerde daadwerkelijk toepassen, hangt ook af van de keuzes die een school maakt, de rol van de schoolleiding, samenwerking in het team en de tijd en ondersteuning die leraren krijgen.
Eerst de vraag, dan het middel
Een school kan een training inkopen, een nieuwe digitale toepassing introduceren of aan de slag gaan met digitale geletterdheid. Maar daaraan gaat een belangrijkere vraag vooraf: wat wilt u ermee bereiken in uw onderwijs?
Tijdens het webinar gingen Annette Mfuidiman van De Rolf Groep, Karen Paardekooper van O21 en Sanne van der Velden van Digiwijzer Nederland hierover in gesprek met Vankan. Vanuit hun werk met scholen herkennen zij dat de behoefte aan concrete ondersteuning soms eerder ontstaat dan het gesprek over het doel ervan.
Dat maakt het lastig om de juiste keuzes te maken. Een training in digitale vaardigheden heeft bijvoorbeeld weinig effect als leraren daarna geen tijd krijgen om ermee te oefenen of als binnen het team onduidelijk is hoe de opgedane kennis in de lessen wordt gebruikt.
Een training is pas het begin
Uit het onderzoek komen meerdere factoren naar voren die bepalen of professionalisering beklijft. Naast een duidelijke visie zijn onder meer leiderschap, een lerende cultuur, samenwerking, tijd, middelen en ondersteuning van belang.
Dat wordt concreet op schoolniveau. Krijgen leraren tijd om iets nieuws uit te proberen? Kunnen zij ervaringen bespreken met collega’s? Is er iemand bij wie zij terechtkunnen met vragen? Maakt de schoolleiding duidelijke keuzes en wordt er na een training ook gekeken wat er in de klas verandert?
Juist die omstandigheden bepalen mede of nieuwe kennis verdwijnt zodra een training is afgelopen of onderdeel wordt van het dagelijks handelen.
Niet iedere school heeft hetzelfde nodig
Dat betekent ook dat er geen standaardaanpak is die voor iedere school werkt. De ene school moet eerst bepalen wat digitale geletterdheid betekent voor het eigen onderwijs. Een ander team heeft die keuzes al gemaakt en zoekt vooral ondersteuning bij de uitvoering. Weer een andere school wil weten hoe leraren nieuwe kennis kunnen toepassen in hun lessen.
Onderwijsadviseurs kunnen helpen om eerst scherp te krijgen waar de school staat en wat er nodig is. Vervolgens kan worden bepaald welke ondersteuning daarbij past. Zo begint professionalisering niet automatisch met een training of instrument, maar met de vraag die binnen de school speelt.
Kennis en ondersteuning rond digitalisering
Onderwijsontwikkeling Nederland (OON) is de vereniging voor onderwijsondersteuning. Binnen OON delen aangesloten onderwijsadviesbureaus kennis en ervaringen over digitalisering en digitale geletterdheid, onder meer via de werkgroep Digitalisering. Ook werkt OON rond dit onderwerp samen met onder andere Kennisnet, SLO en het Expertisecentrum Digitale Geletterdheid.
Op de themapagina Digitalisering vindt u informatie over ontwikkelingen rond digitalisering en de ondersteuning die OON-leden scholen kunnen bieden.
Ook ontwikkelde OON de Menukaart Digitale Geletterdheid. Daarin is het aanbod van OON-leden gekoppeld aan de nieuwe kerndoelen. Scholen kunnen zo bekijken welke ondersteuning aansluit bij hun vraag.
Het webinar was de eerste inhoudelijke activiteit van de OON Week van de Onderwijspraktijk. Van 21 tot en met 25 september staat iedere dag een ander onderwerp centraal waarin kennis en beleid worden verbonden met de dagelijkse onderwijspraktijk.
De belangrijkste les?
Professionalisering beklijft niet met een training of aanbod alleen. Het vraagt om een gedeelde visie, een doordachte strategie, tijd en een leercultuur waarin teams samen leren en ontwikkelen.